- "Als je heel, heel lang blijft staan, dan kan je de paashaas toch zien vliegen?"
- "Zo lang duurde die vakantie toch niet hé" (na afloop van de eerste schooldag)
- We komen een kerk binnen. "Gaat er een meneer dan een showtje doen?" (de laatste keer dat Noortje een kerk zag van de binnenkant was op een begrafenis)
- Dissecteert een boontje: "hallo, zijn jullie thuis?"
- "Ik heb al eens trouwmensen gezien. Heel, heel lang geleden, toen bestond dat nog he."
- "Wat heb je tegen papa gezegd?" Ik: het was tegen papa. Noortje: "Ja maar ik vroeg toch: wat heb je tegen papa gezegd?"
- "Als ik een mama ben, dan kan ik gewoon beslissen wat we gaan kopen."
- "Die muziek doet pijn in mijn rug! Dat vind ik niet leuk!"

