
Onze zomer staat in het teken van een extreme vorm van de waaromfase. Als nu nog iemand me vraagt 'Wie heeft dat gedaan?', 'Heb je dat ook gezien?', 'Wat is dat?' of 'Kijk mama de straat is kapot wie heeft dat gedaan heeft de auto dat gedaan heeft de auto te snel gereden heb je dat gezien?'... dan doe ik hem wat. Maar verder alles goed hoor.
Enkele van Noortjes woordjes, de afgelopen maanden bijeengesprokkeld.
Kan gebeuren hè! (nog voor ik gemerkt had dat er een lamp was omgevallen).
Melk is van de koe, eitje is van het kippetje en chocolade van de kindjes.
Ik: Noortje, ik wil niet altijd het woordje 'kaka' horen. Zij, stilletjes: nee. En nog stiller: pipi (hahaha)
Drinkt haar flesje voor het slapengaan. Geeft me de fles terug. Zij: da's genoeg, da's voor vanavond.
Blaasbloemen
Kijk mijn kaka is een slang! Nee, 't is een vies slakje.
Shht, even stilletjes zijn! Ik ga denken! (Vijf seconden stilte). Ok, ik heb gedaan met denken.
Ik ga een vies liedje zingen. Het liedje van sjutte mette kont.
Donker licht (het flauwe schijnsel van een spaarlamp die net aangestoken is. Heel juist vind ik - ik hààt spaarlampen)
Ik heb nog geen lange borsten he! Ik (beetje bang voor het antwoord): En wie heeft er dan wel lange borsten? Zij: Juf X!
Wie wil een datje? Ik: Wat is dat? Zij: Van een zatje. Pandatje. Fanzatje.
Een praatprotje (says it all)
Sauspatat (op vakantie maakte ik luie puree uit een zakje, die nogal lopend was)
Papa, ga jij koffie halen voor de auto? (tanken)
Mama, zijn dat prinsesseschoenen? Ik: Ja prinses. Zij: Maar ik ben geen prinses, ik heb geen kleedje aan! (denkdenk) Heeft een prinses soms een broek aan?
P.S. en dit nog: Kijk, Klop! (in de winkel, bedoelt Kabouter Plop. Joehoe! Studio 100 is hier nog niet de baas!)