Noortjes woordjes, da's andere kost dan toen, en toen, en toen. Maar nog steeds zo lief, en soms ook sappig.
- "Weet
je, ik vind het hoofdje van mijn baby zo raar." Ik: "oei!". Zij, vlug: "Wel mooi hoor. Maar zijn hoofdje lijkt zo op een lollybol."
- "Eigenlijk
weet ik niet hoe je weer kleiner wordt om oma te worden."
- "Eèèèh,
prei. Hé, dat rijmt!"
- Ik vraag
haar of ze even wat minder wil praten, want dat wij daar soms zo moe van worden.
"Ik word daar zelf ook moe van hoor."
- "Mees,
't is een leuke dag vandaag, dus niet moeien he." (Noortje en ik naaien
samen een rokje)
- "Ik ga
niet alles doen wat je vraagt, ik ga gewoon mijn best doen."
- Pa Oontand komt
thuis met de nieuwe Ipad. Noortje: "dan kan ik niet meer zeuren van
"papaaa, mag ik iphoooooooooone"
- "Ik heb drie
Noortjes: schaduw, spiegel en mezelf."
- "Daar waar ik denk heb ik allemaal fotootjes."
- "Alles
heeft een kant. Kijk, dit deken bijvoorbeeld heeft twee kanten." (een
boven- en een onderkant, ze toont het.) "Maar wat heeft er maar één kant?
Of helemaal geen kant? Dat is een moeilijke vraag he."
- "Bèèèh,
baaaah! Mees heeft een snottebel naar mij gegooid!" (gaat snel haar handen
wassen).
- "Wat
betekent 'benalkoe'? Ze zeggen dat in de voetbal."

*
* een kleedje van Omama, die haar winterfrustraties omzet in naai-energie. Er volgt meer! Evenveel klee(rt)(d)jes als de winter lang was!